Klefheidstechnische grenzen

In: Miek & de mannen

Ik ben een sucker voor liefde en klefheid. Die twee zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik vind niets tenenkrommender dan stelletjes die in het openbaar met elkaar omgaan als ‘matties’ -lekker afstandelijk en vriendschappelijk dus- omdat anderen wel eens zouden kunnen zeggen dat ze te klef zijn. Pfff, ik trek me daar nooit wat van aan… Ik vind het heerlijk om mijn lief te laten merken dat ik gek op hem ben en de hele wereld mag dat dan weten. Ik word blij van verliefde mensen die uitstralen dat ze van elkaar houden. Love makes this world a better place!

Helaas was ik er gisteren even helemaal klaar mee. Ik stond te wachten op de bus. Het was warm en benauwd, ik was moe en geïrriteerd (T-Mobile faalde weer eens gruwelijk waardoor ik niet kon Twitteren) en ik wilde gewoon naar huis, waar ik met een groot glas fris voor pampus op de bank kon gaan liggen met alle deuren en ramen tegen elkaar open. Links van me stond een stelletje gezellig knus tegen elkaar aan. Tenminste, zo leek het in eerste instantie. Ik keek weer weg, maar kon het niet helpen dat ik toch weer naar ze toegetrokken werd. Vanuit mijn ooghoeken zag ik namelijk dat ze elkaar bijna opaten. Het stel zat zowat aan elkaar gekleefd en had alleen maar oog voor elkaar. Op het overdreven af.

Ja, daar kan ik dus niet tegen. Er zijn klefheidstechnisch ook grenzen, die zij ruimschoots overschreden. Hun roze wolk had bij mij het tegenovergestelde effect: een grijze donderwolk to the max. Qua klefheid kom je als stel niet snel in mijn allergie, maar deze twee presteerden het toch. Elkaar aflebberen op een bomvol busstation vind ik gewoon bijna onfatsoenlijk. Zo van: ‘Halloooo, kijk ons eens gelukkig zijn!’ Pfff, get a room

Ik denk dat het komt doordat ik single ben. Het is niet dat ik anderen hun geluk niet gun, maar het steekt toch een beetje als ik me besef dat ik dat geluk even niet heb. De enige klefheid die ik momenteel ervaar, is die vieze benauwde Nederlandse warmte op mijn lijf. Maar goed, voor jullie denken dat hier een depri single spreekt: het gaat heel goed met me hoor! Ik haal mijn geluk momenteel gewoon uit andere dingetjes: lieve vrienden en familie, de WK-pret, gezellige uitjes, de zon op mijn (nog steeds -of alweer- gebruinde) huid, gekleurde (lange!) nagels… en een heel spannend en leuk vooruitzicht waar ik lekker naartoe leef maar ook wel een beetje zenuwachtig van word.

De zomer is in volle gang en het is heerlijk! Bij deze bied ik dan ook gelijk weer mijn excuses aan aan alle kleffe setjes: doe je ding, geniet van elkaar en laat sjaggo singles maar lekker in hun sop gaar koken. Love is in the air!

Hoe ik Marieke Sneijder had kunnen zijn

In: Miek & de mannen en Miek blikt terug en Miek loves Ajax

De voetbalclub van mijn jongere broertje Jesper organiseert elk jaar een toernooi voor B-junioren. Het leuke hieraan is dat er ook teams van eredivisieclubs meedoen. Zo zie je dus de toppers van de toekomst in actie; je kunt die handtekening op je shirt maar vast geregeld hebben…

Vroeger, toen ik nog jong was, heel lang geleden, was ik met vriendinnetje D. ook vaak op het sportcomplex te vinden, zeker tijdens dat toernooiweekend. Ik hielp mijn moeder bij haar bar- en keukendienst en kwam er natuurlijk ook om jongens te kijken. Simpel. Wij als 16-jarige pubermeisjes zagen het namelijk wel zitten om een getalenteerd voetballertje te scoren, dat later nog weleens zou kunnen uitgroeien tot een goed betaalde prof. Als echte voetbalvrouwen in spé struinden we de velden af, op zoek naar lekkere hapjes.

Mijn vriendinnetje D. was degene die het goed voor elkaar had en waar ik tegenop keek. Haar neefje voetbalde namelijk bij het grote Ajax en dat waren natuurlijk de écht goeien, waarvan zij er een paar ook persoonlijk kende. Aangezien D. precies weet op wat voor jongens ik val, was ik zeer verrukt toen ze me aan mijn mouw trok: “Kijk Mariek, dat is nou een leuke voor jou. Helemaal jouw type. Die nummer 8, Wesley heet hij!”

Ik bekeek hem eens goed; hij was inderdaad leuk. Maar hee, ik was 16. En verlegen. En stiekem heel onzeker en een beetje bang voor mannen/jongens. No way dat ik bij hem in de buurt durfde te komen, laat staan dat ik hem aansprak! Het bleef daarom bij een lief verlegen lachje, wat voor Wesley blijkbaar niet genoeg was. Toen de Ajax-bus het sportcomplex af reed, vervloog daarbij dus ook mijn enige sprankje hoop op een leven als zeer succesvol voetbalvrouw.

Nu ik erop terugkijk, is het misschien maar goed dat het nooit wat is geworden tussen Wesley en mij. Hij heeft immers zijn nietszeggende jeugdliefde en tevens moeder van zijn kind (could have been me…) aan de kant gezet en een nieuwe ring om de vinger van de meer glamourous Yolanthe geschoven. Dikke mik hoor, die twee: bij een doelpunt blaast Wes handkusjes in de camera en tijdens interviews springt hij voor haar in de bres – o wee als je zijn meisje beledigt

Maar goed, dat laatste is iets wat ik dan juist weer kan waarderen aan hem. Ondanks de Wes/Yo-overload, laat hij wel blijken dat zijn vriendin op 1 staat, dat hij haar op een voetstuk plaatst, voor haar door het vuur gaat. De liefde spat er vanaf. En ja, ik ben nog altijd een sucker voor liefde. Ik toon me dus een waardig verliezer en wens de tortels heel veel geluk samen. Geef mij maar gewoon Klaas-Jan.

Wolter is er weer bij

In: Miek & sport

Het is weer begonnen. Ein-de-lijk.
Wat kijken we er al lang naar uit en wat zijn we er klaar voor!

HET WK VOETBAL 2010 IS GESTART!

We zijn klaar voor de periode waarin alles en iedereen gekker dan gek mag doen en oranje voor een paar weken dé modekleur is. De tijd waarin elke supermarktketen en elk merk zijn best doet klanten te winnen met de meest afschuwelijke Oranje-gadgets. (De Beesies van AH zijn dit jaar de grote winnaar: ze roelen de pan uit, eerlijk is eerlijk.) De tijd waarin elke gek een gooi kan doen naar de titel ‘Meest populaire voetbalhit’, maar het toch nooit zal winnen van Viva Hollandia wat zo lekker bekt. Want hee, wat zijn we zonder Wolter die ons, ook met de Zuid-Afrika-versie, toezingt dat we er weer bij zijn en dat dat prima is? De tijd waarin voetbalpools worden opgezet en geld wordt geïnvesteerd, waardoor de meest saaie en nietszeggende ploegen ook vol spanning worden gevolgd. Het is de tijd waarin alles en iedereen moet wijken voor de wedstrijden van Onze Jongens.

Onze natie is weer één. De verhitte discussies over wel of geen meneer Wilders in de regering worden even naar de achtergrond verbannen, de haat tussen Ajacieden en Feyenoorders wordt buitenspel gezet. Nederland heeft hoop: hoop dat er genoeg paracetamols op voorraad zijn om de koppijn die je krijgt van de vuvuzela’s tegen te gaan, hoop dat de kleine Wesley Sneijder zijn grote ego voor even opzij kan zetten, niets dan goeds zal laten zien en Yolanthe even ver bij hem vandaan houdt, hoop dat de hamstring van Arjen Robben ons niet in de steek laat, hoop dat Maarten Stekelenburg qua niveau in de voetsporen van keeperslegende Edwin van der Sar zal treden, hoop dat Bert van Marwijk het hoofd koel houdt en geen rare wissels à la Dick Advocaat uit zal halen. Nederland heeft hoop dat we het beter gaan doen dan twee jaar geleden op het EK, hoop dat die felbegeerde titel dan ein-de-lijk eens binnengesleept zal worden, dat we weer eens voetbalgeschiedenis gaan schrijven en we legaal de Amsterdamse grachten in mogen duiken.

Ik deel in die hoop, maar voeg er nog eentje extra toe: laat Klaas-Jan Huntelaar maar wat speelminuten maken en alle critici de mond snoeren door het belangrijkste doelpunt van het toernooi te scoren.

Mensen, veel plezier de komende maand! Geniet!

Meisje van de nagellak

In: Miek stuff

Een wonder heeft zich voltrokken, tenminste, for now: ik bijt geen nagels meer. Ik ben op weg naar één van de toppunten der vrouwelijkheid: lange, mooi gelakte nagels. En ik ben trotser dan trots!

Nu het me op onverklaarbare wijze gelukt is randjes te kweken en ik me niet meer schaam voor mijn lelijk afgekloven nagels, ga ik ook daadwerkelijk helemaal los. Ik betrap mezelf op het snuffelen op populaire beautyblogs met de meest fantastische nagellak-stashes (voor de leken: collecties/voorraden) en de prachtigste nagelkunstwerkjes. Ik kijk mijn ogen uit en bedenk me jaloers dat ik dit ook wil.

Mijn randjes steken al een beetje uit, maar echt vrouwelijke verzorgde nagels kun je het nog niet noemen. Ik ben echter op de goede weg en het motiveert mij alleen nog maar meer om het nagelbijten voor eens en voor altijd te laten. Onbegrijpelijk wel, want in tijden van stress en zenuwen (en tsja… daar heb ik nu wel een beetje last van) eet ik normaal gesproken zowat tot aan mijn nagelriemen. Geen idee waar die spirit opeens vandaan komt, maar hee, ik ben er maar wat blij mee.

Ik begeef me nu in een voor mij heel nieuwe wereld. Eentje waarin nagellakjes niet gewoon groen, rood of blauw heten, maar fancy namen hebben als Sold Out Forever, Don’t Feed The Birds en Blue’s Brother. Ik weet inmiddels alles over glans, mat, glitters, basecoats, topcoats, dupes, French manicures en de nageltrends van dit seizoen. De eerste kleurlakjes zijn ook al aangeschaft (WK-oranje, daar ga ik!).

Maar nu nog leren lakken. Want het goedje netjes op mijn nagels zien te krijgen, blijkt een vak apart. Zoiets als kleuren binnen de lijntjes, maar dan moeilijker. Zeker wanneer je als ontzettende rechtshandige met je linkerhand die kleine babynageltjes van mij (mijn handen en dus ook nagels hebben niet het volwassen 27-jarige formaat dat ze zouden moeten hebben) moet verven. Zonder te bibberen. En dan ook nog het geduld opbrengen om ze goed te laten drogen hè… Argh! Met de fles nagellakremover op grijpafstand is het me uiteindelijk, na een paar pogingen, gelukt een andere -meer opvallende- kleur lak aan te brengen dan het veilige doorzichtige laagje dat ik normaal gesproken draag.

Mijn handen mogen er opeens wezen. Ze zijn nog een heel klein beetje bruin van de zon op St. Maarten, waardoor mijn nagels knallen en mijn zilveren ringen opeens ook mooier lijken te staan. Ik kijk er honderd keer per dag naar, pulk elk klein vuiltje er onderuit en bedenk me nu al welke kleur ik ze vanavond eens zal geven. Oefening baart immers kunst.

Enig nadeel: nu ik niet meer op mijn nagels kauw, weten steeds meer andere dingen de weg naar mijn mond te vinden, waardoor mijn afvalproject een beetje in de soep loopt…

 
Next Page »