In therapie #7: De meneer op de ladder

Ik kom het kamertje binnengelopen waar mijn psychologe me altijd ontvangt. De lamellen staan iets open, door het raam zie ik een man op een ladder staan. Ik schenk er weinig aandacht aan en ga zitten in de stoel waar ik elke sessie zit. “Doe maar water”, antwoord ik op de vraag of ik iets wil drinken.

Wanneer mijn psychologe terugkeert met twee glazen, loopt ze naar het raam. “Ik doe ze even dicht, want deze meneer werkt bij mijn collega aan zijn hoogtevrees. Dan worden zowel hij als wij niet afgeleid.” Voordat ze de zonwering sluit, kijk ik de beste man nog even aan. Dan pas zie ik hoe stevig hij de ladder vast heeft, hoe wiebelig hij staat en merk ik zijn ietwat zenuwachtige grijns op. In een reflex steek ik mijn duim naar hem op en lach hem bemoedigend toe. Heel voorzichtig laat hij de ladder met één hand los en krijg ik een duim terug.

Ik blijf het fenomeen ‘angst’ maar fascinerend vinden. Hoe kan het toch dat ieder zijn of haar eigen angsten heeft? Hoe kan het dat iets wat mij he-le-maal niets doet, voor een ander zó vreselijk eng is? Hoe kan het dat ik zó bang ben om over te geven, terwijl een ander met gemak een vinger in de keel steekt om maar van het vervelende misselijke gevoel af te zijn?

Johan was deze week ziek en dat was heel naar. Voor hem én mij. Ik wist niet hoe snel ik het huis uit moest vluchten toen hij me ’s ochtends vroeg vertelde dat hij misselijk was. In plaats van te vragen of het wel ging en of ik iets voor hem kon doen, was mijn eigen angst te groot en wilde ik zo ver mogelijk bij hem vandaan zijn. Waar ik me natuurlijk enorm schuldig over voelde. Vervolgens maakte ik me de hele dag druk of hij zich bij mijn thuiskomst wel weer enigszins beter zou voelen. Gelukkig was dat het geval. Voor hem én mij.

Maar goed, schuldgevoel gaat mij niet verder helpen, aldus mijn psychologe. Ook Johan nam me niets kwalijk. “Je werkt er toch aan? Dat is toch hartstikke goed?” drukten ze me allebei op het hart. En dat is ook zo natuurlijk. Meer kan ik op dit moment niet doen.

We keken weer filmpjes en gingen een stapje verder dan vorige keer. Ik keek naar filmscènes waarin mensen daadwerkelijk overgeven. Hoewel de kwaliteit niet best was, het beeld was vrij blurry waardoor ik geen échte details zag, was het toch alles behalve fijn. Plaatjes en kokhalzen kan ik inmiddels aan, maar het moment van echt spugen vind ik zo ongelofelijk kut. Ik heb er even geen ander woord voor.

Maar, zoals in de afgelopen weken is gebleken, het went. Ook deze filmpjes zullen volgende keer weer makkelijker zijn. Het pittige aan deze therapie is dat steeds als ik me ergens enigszins comfortabel bij voel, we gewoon weer verder gaan. Mijn (zelf opgelegde) grenzen worden iedere keer een stukje opgerekt, waardoor het nooit een feest zal zijn. Maar ik hou vol. Ik beklim mijn eigen ladder. Die meneer en ik… wij doen het toch maar mooi.

Foto: Joyce Bongers

Share Button

LEES OOK:

11 reacties

  1. Angst, het is niet zo makkelijk die kwijt te raken zoals sommige denken. Ik vind het nog steeds knap dat je stapje voor stapje een beetje werkt om een stukje van die angst te verliezen.

    Gelukkig is Johan inmiddels weer een beetje beter zo te horen.

  2. Ik vind het echt stoer dat je dit doet. Een beter woord is er niet. En Johan kent je ondertussen als geen ander en snapt dat je op dat moment even geen steun kan zijn. Maar hey… daar werk je aan! Het gaat allemaal goed komen. Met jou en die meneer op de ladder.

    Ik heb je blog even uitgelicht, als je het niet erg vindt. Hij is weer super inspirerend!

  3. Zo is het! Hartstikke goed dat je weer een stap verder bent in het proces.En het is waar, door die stappen gaan de dingen wennen. Ik heb zelf ook heel lang een angst gehad en het is ongelooflijk moeilijk om er van af te komen of om ermee om te leren gaan.

  4. Zo stoer dat je die exposuretherapie volgt! En zo herkenbaar, die fobie voor overgeven. Ik heb het zelf ook, maar de therapie die jij doet durf ik nog niet aan. Wel heb ik enkele maanden geleden enorme exposure gehad toen ik voor het eerst in 20 jaar (!) (want zolang had ik al niet meer overgegeven) echte buikgriep had. Niet een buikgriepje met een beetje diarree, lichte misselijkheid en dat je alleen maar zin hebt in geroosterde boterhammetjes, nee, deze keer was het met alles erop en eraan. En het ergste gebeurde net op het moment dat ik begon te denken dat ik niet hoefde over te geven (in de middag gebeurde het bijna, maar toen kon ik het nog tegenhouden). Gelukkig zag mam het aankomen, dus ik had al snel een emmertje voor me staan en toen deed ik ‘het’ “netjes” in het emmertje. Ja, dikke paniek, gillen en huilen erna, maar ik heb het overleefd. Ik was altijd bang dat ik erin bleef, er serieus dood van zou gaan, zou stikken, maar ik leef nu nog. Niet dat ik nu genezen ben, maar ik weet in ieder geval al dat bepaalde aspecten ervan helemaal niet zo eng zijn als ik zelf in mijn hoofd had gehaald.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *