Hoe echt is het leven van bloggers?

“Vrouwelijke bloggers lijken soms wel een sprookjesleven te leiden. Maar hoe echt is het leven dat ze laten zien?”

Een quote uit een artikel dat ik onlangs las in het NRC. Daarin werd gesteld dat bloggers vaak alles mooier maken dan het in werkelijkheid is, door alleen maar de leuke kanten van hun leven uit de doeken te doen. Door bijvoorbeeld foto’s te voorzien van een mooie filter, zodat ze er net iets fancy’er uitzien. Maar wat gaat er achter die blog nou werkelijk schuil?

Ik herken dat. Ik geef bij deze, hier op mijn eigen blog, openlijk toe dat ik eigenlijk voornamelijk over de leuke, mooie, gezellige, luchtige, in mijn ogen noemenswaardige aspecten van mijn leventje vertel. Dat heeft twee oorzaken.

Mensen houden niet van gezeik
Als je constant zeikt, haken lezers af. Niemand heeft zin om altijd maar over andermans leed te lezen. Zeiksnorren verliezen snel sympathie, ook omdat leed natuurlijk maar relatief is. Het kan altijd erger, dus jij hebt geen recht om te zeuren, is een veelgehoorde opvatting. Een goed voorbeeld daarvan is Twitter: als je te veel klaagt over de NS, de kou, het vroege opstaan of lange werkdagen, hebben mensen al snel geen zin meer in je en word je gedumpt. Herkenbaar hoor, zelf surf ik ook het liefst langs websites waar ik vrolijk van word.

Natuurlijk schrijf (en tweet) ik niet alleen voor mijn lezers, maar het is wel leuk om af en toe te horen dat mensen graag een bezoekje brengen aan je blog omdat je stukjes zo gezellig, grappig en/of herkenbaar zijn. Leuke reacties werken enorm motiverend, dat zal menig blogger beamen.

De openbaarheid is een risico
Natuurlijk gaat er in mijn leven ook weleens wat mis en heb ik soms flink de P in. Ben ik onzeker, verdrietig, moe en geïrriteerd. Zou ik graag willen spuien over werkissues, woordenwisselingen met vriendje, veel te volle agenda’s en bemoeizuchtige familie.

Maar een blog is openbaar. Hoe vaak hoor je niet dat iemand is ontslagen, omdat ie zijn of haar onvrede uitte op social media of een blog. En als het om mensen in je directe omgeving gaat, zet je ook niet alles zomaar online. Dat ik ervoor kies om mijn hele hebben en houwen op internet te gooien, betekent niet dat anderen dat ook prettig vinden. En dat moet je respecteren.

Een paar keer heb ik wel wat meer van mezelf laten zien: de keren dat mijn relaties verbroken werden, koos ik ervoor daar wél een blogje aan te wijden. Het was een fijne uitlaatklep en de hartjes onder mijn riem van compleet vreemden waren hartverwarmend. Ook toen een tante en later een oom overleden, schreef ik daarover en boden de reacties onverwachte steun. Ik heb er daardoor nooit spijt van gehad. De online wereld is in dat soort situaties een heel warme wereld, is mijn ervaring.

Hoe ver ga jij op je blog, Twitter of Facebook? Wat schrijf je wel op, en wat niet? Ben je daar bewust mee bezig of juist niet?



De aso-jeugd van tegenwoordig

Goede vriend H. kwam gezellig een avondje bij me eten, samen met vriendin N. We hebben het met z’n drietjes altijd enorm leuk, we kennen elkaar al sinds de tweede klas middelbare school en zijn praktisch met elkaar opgegroeid. Ik kan niet zonder ze en ben zo blij dat we nog zo veelvuldig en goed contact hebben!

Maar, terug naar dat eetavondje. Ik ben namelijk bang dat vriend H., wonende in Culemborg, voorlopig niet meer bij mij in Utrecht op de stoep staat…

Ik had gekookt, wraps a-la Miek, en we kletsten wat na onder het genot van chocolademousse, thee en koffie. Rond half 11 werd het voor hen tijd om weer op te stappen; we hebben alle drie een drukke baan, dus erg laat konden we het helaas niet echt maken. (Dat komt binnenkort wel weer, maar, vast niet bij mij thuis. Dus.)

H. reed met zijn auto mijn straat uit, over een fietspad, en wilde vervolgens afslaan, maar zag tijdens die actie even een scooter op datzelfde fietspad over het hoofd. Die moest dus wat afremmen om niet tegen H.’s auto aan te knallen. H. stak nog even zijn hand op als sorry-teken, maar blijkbaar werd dat door de beste bestuurder niet gewaardeerd.

Hij keerde om, scheurde achter H. aan en toen die even verderop moest stoppen voor een stoplicht, kwam ie naast hem tot stilstand. De scooterrijder trok de autodeur open -waarop H. nogmaals zijn welgemeende excuses aanbood- en rochelde (!) vriend H. vol in het gezicht! Als in: tuffen. Spugen. Nou jaaaa zeg!

Klink ik heel ouderwets als ik zeg: waar gaat het heen met deze wereld?

Vriend H. was te verbaasd om te reageren. Tsja, wat moet je doen op zo’n moment? De scooter peerde hem net zo snel als dat ie was gekomen. Flabbergasted reed H. door naar huis, waarna ie mij belde om het bizarre verhaal te vertellen.

“Nou Miek, dat stomme Utrecht van jou… Je snapt dus wel dat ik niet meer bij je langs kom hè?”



Is er alleen nog maar doffe ellende?

Een wanhopige ‘kreet’ van een Facebook-vriendin zette me deze week aan het denken. ‘Ik zet het nieuws aan, alleen maar ellende!!!! GATVERR!!!!!!!!’ riep ze op haar profiel uit. Ik scrollde door de Nu.nl-app op mijn iPhone en scande daarna de koppen van die van De Telegraaf.

Ze had gelijk: de grote Amsterdamse zedenzaak, de andere kleinere zedenzaken die opeens onder grote zware stenen vandaan komen, een man die met een kapmes op zijn vriendin inhakte, een vrouw die in de trein met een hamer is geslagen om haar mobieltje, een lichaam dat aangespoeld is op Terschelling. Moord, doodslag, armoede, ziekte, ongelukken… en dan heb ik het alleen nog maar over binnenlands nieuws!

Het is tegenwoordig zoeken naar positiviteit. Het zijn kleine diep weggestopte plukjes in de enorme berg ellende. Natuurlijk is het belangrijk dat wij als samenleving hierover geïnformeerd worden. Dat we weten wat voor walgelijks zich allemaal afspeelt in onze maatschappij, als waarschuwing. Dat het, voor de slachtoffers en betrokkenen, niet in de doofpot gestopt wordt. Dat we actie kunnen ondernemen om dit soort slechts te voorkomen of in ieder geval terug te dringen.

Toch pleit ik ook voor goed nieuws. Om ervoor te zorgen dat niet heel Nederland al depressief aan de dag begint nog voor we onze ogen hebben geopend. Ik pleit voor successen, groot en klein, en flutnieuws van de doorsnee mens. Weggelopen honden die weer terecht zijn en plaatselijke vlooienmarkten, gehouden voor het goede doel. (Bij gebrek aan grootse landelijke vrolijkheid zoals het behalen van een WK-finale dan.) Ja, als ik de baas van het journaal zou zijn, dan wist ik het wel.

En dus, gooi ik Kinderen voor Kinderen er even in. Gewoon, om een glimlach op jullie gezicht te toveren. Hoeraaaa! Keihard meezingen hè? Mogen jullie daarna weer narigheid lezen.



Bestaat echte liefde nog?

Ik ben van de oude stempel. Hoewel ik een gezonde dosis ambitie in m’n donder heb, wil ik uiteindelijk gewoon die veilige thuishaven met een man die mij onvoorwaardelijk liefheeft en schattige kids onder onze vleugels. Die ene can’t-live-without-each-other-love, om het op z’n Carries te zeggen. Maar, om in Sex and the City-sferen te blijven, ‘I couldn’t help but wonder’: is dit tegenwoordig teveel gevraagd?

Steeds vaker zie en hoor ik het om me heen: mensen zijn bang voor de liefde. Bang om voor vastigheid te kiezen, bang voor die stempel ‘relatie’. Want, zo wordt tegenwoordig gedacht, een relatie staat gelijk aan burgerlijkheid en laat dat nou net heel erg benauwend zijn. Want als je kiest voor een vaste partner, dan is je leven blijkbaar over. Dan kun je geen carrière meer hebben en/of een bruisend sociaal leven. Dan ben je gedoemd tot oneindige bankhang- en tv-avondjes en het laten versloffen van je eens zo tot in de puntjes verzorgde uiterlijk. En ook: als je kiest voor het een, heb je het ander niet… Kiezen is iets wat veel mensen (van mijn generatie, laat ik een nuance aanbrengen) niet meer willen en/of durven. Want mensen willen alles.

Je ziet het aan het toenemende aantal scheidingen en het feit dat vreemdgaan de normaalste zaak van de wereld lijkt te worden. (Omdat daar zelfs websites voor worden opgericht, bijvoorbeeld.) Stabiele, lange huwelijken zoals die van mijn ouders (met natuurlijk wel hun ups en downs), komen tegenwoordig niet vaak meer voor. Alleen al omdat mensen (zowel mannen als vrouwen) van mijn generatie pas steeds later kiezen voor die ene Ware en het vervolgens ook minder lang met elkaar volhouden. Bovendien bouwen mensen muurtjes om zich heen, omdat ze in het verleden gekwetst zijn. Durven er niet meer 100% voor te gaan, want ja, het zou wel eens wéér verkeerd kunnen gaan… en dat doet pijn.

En dat vind ik jammer. Ik, de eeuwige romanticus, begin daardoor te twijfelen. De filosofie van de film Alles is Liefde, die eerst fungeerde als mijn levensmotto, brokkelt langzaam af. Die blije mutserige naïviteit die ik altijd had, en waar ik ook heel trots op was omdat ik het een mooie eigenschap vond, vervaagt.

Ik hoop heel hard dat mijn vertrouwen in de liefde de komende tijd weer groeit. Want ook al is de liefde heel eng, je stelt je immers kwetsbaar op en kunt heel hard op je smoel gaan (I know all about it), toch was het ook altijd mooi. Kunnen jullie mij misschien verblijden met succes-stories?! :)

N.B.: Ik baseer dit puur op eigen ervaringen/waarnemingen in mijn directe omgeving en bij mezelf. (En ja, de conclusie die oplettende lezers na dit stukje trekken is de juiste. Helaas.)

Update: En om nog maar even wat toe te voegen – dit heeft niet zozeer te maken met mijn laatste relatie. Die is over gegaan om redenen die hij en ik heel goed weten. Het is meer dat ik bovenstaande ‘trend’ de afgelopen jaren in mijn omgeving heb gemerkt en het moest me even van het hart.