Na het zien van De Gelukkige Huisvrouw wist ik het zeker: voorlopig geen baby’s voor mij. Hoewel de film prachtig was en Carice weer een ster van wereldformaat, is die bevallingsscène toch datgene dat blijft hangen. Steeds als het over die film gaat, is het eerste wat je hoort: ‘Aaaaah, die bevalling!! Ik wil nooooit (meer) kinderen!’ En dan pas: ‘Maar wat deed Carice het weer fantastisch.’
Ik heb altijd al geroepen dat ik een bevalling vast niet aankan. Ik ben kleinzerig, een watje… Mijn pijngrens ligt lager dan laag. Ik moet er niet aan denken dat ik zo’n (relatief) groot ding door zo’n kleine opening moet persen. Vaak lukt dat ook gewoonweg niet, zodat vrouwen (niet altijd even netjes) bijgeknipt worden of gewoon van voor naar achter compleet uitscheuren. Zoals in die film dus. Mijn moeder probeert me altijd moed in te praten door te zeggen: “Ach, er is er nog nooit eentje blijven zitten, dus jij kunt het ook.” Nou, een hele geruststelling… De vraag is niet zozeer OF dat kind er wel uit komt, maar meer HOE dat dan gebeurt.
Vrijdag ging ik echter met vriendje J. op kraamvisite bij een goede vriendin van hem, die onlangs bevallen is van haar eerste kindje, een allerschattigst babymeisje. Na de ahhh’s en koetiekoetie’s was het tijd voor de hamvraag: “Die bevalling hè… hoe is dat nou?”
“Eitje!” was haar antwoord. Ik stond met mijn mond vol tanden en klapperende oren. Eitje? Hoe kan dat in hemelsnaam?! Ze vertelde dat ze in het ziekenhuis aan een monitor lag waarop met grafieken te zien was dat ze weeën had, maar dat ze het zelf eigenlijk nauwelijks voelde. Pas toen het kindje besloten had daadwerkelijk de wijde wereld in te willen gaan, werd het even pijnlijk – maar nog altijd draaglijk. Binnen een mum van tijd was het gepiept: floep, daar ging de kleine meid.
Direct gloorde er bij mij een grote sprank hoop. Mijn eierstokken rammelen al jaren, tot grote onrust van vriendjelief, maar die vreselijke bevallingsverhalen maanden ze altijd weer tot rust. Tot nu; het kan dus ook anders! Heel voorzichtig durf ik me weer te verheugen op het moment dat ik een eigen klein hummeltje in mijn armen mag houden. Begrijp me niet verkeerd, dat is niet nu (eerst een groter huis, lange(re) relatie en financiële zekerheid please), maar een vrouwenhart mag sneller kloppen toch? Ondanks mijn gezonde dosis ambitie, hoop ik ooit ook een heel Gelukkige Huisvrouw (zonder depressie dus…) te mogen worden!



