Warme koude tijden

Ik vind de winter niet zo leuk. Ik heb het koud. ’s Ochtends als ik wakker word in ons grote warme bed, is mijn neus ijskoud. Want die heeft de hele nacht boven de dekens uitgestoken. In ons donkere koude huisje moet ik als eerste het bed uit, de kou in. Gelukkig is daar de warme douche, maar als ik dan met nat haar en wat verdwaalde achtergebleven druppels op m’n lijf weer de kamer instap, moet ik écht heel snel op zoek naar kleren. Brrr.

En dan moet ik de kou in. Gelukkig heb ik van mijn mama een lange warme (en dure…) jas gekregen, maar die houdt niet alles tegen natuurlijk. Mijn oren zijn rood en half bevroren, de wind waait in mijn nek en mijn teentjes worden al bijna gevoelloos. Ik ben geen fietser, dus met dit weer pak ik al helemáál de bus. Een warm ritje richting centrum waar ik nog maar een paar meter kou hoef te overbruggen naar het warme Randstad-kantoor.

Overdag is het best te doen qua kou, maar ’s avonds als de werkdag weer voorbij is, moet ik weer terug naar huis. En begint het riedeltje van hierboven weer opnieuw. Maar dan van achteren naar voren natuurlijk. Het enige (helemaal geweldige) verschil is dat ik me dan niet naar mijn warme kantoor begeef, maar naar ons heerlijke knusse huisje. Waar het inmiddels een stuk warmer is dan vanmorgen, waar onze mooie traditionele goud-rode kerstboom de boel opfleurt en waar ik een warme knuffel krijg van mijn stoere mannetje. En waar ik me ’s avonds weer helemaal begraaf in de berg kussens en twee dekbedden die ons grote bed rijk is. Misschien is de winter toch best leuk… de avonden in ieder geval zéker.

Beeld: freeimages.com